Vrouwenvoetbal in Nederland: van kostenpost naar kans

Lang was het vanzelfsprekend: de vrouwenafdeling van een betaaldvoetbalclub was een investering zonder direct rendement. Sponsors waren schaars, transfers leverden niets op en televisiegeld was voorbehouden aan de mannen. Maar dat beeld verandert — langzaam, maar zichtbaar.

Foto via Pexels, credits Pixabay
Foto via Pexels, credits Pixabay

De grootste stap vooruit komt momenteel uit Europa. FC Twente plaatste zich voor de ligafase van de UEFA Women's Champions League en ontvangt daarvoor minimaal €505.000 startgeld, met prestatiebonussen die kunnen oplopen tot bijna twee miljoen euro. PSV deed mee via de kwalificatieronde. UEFA heeft de totale prijzenpot voor het seizoen 2025/26 vastgesteld op €37,7 miljoen, verdeeld over alle deelnemende clubs — en dat bedrag stijgt vanaf 2027/28 door naar €46,7 miljoen per jaar. Europees voetbal halen is voor Nederlandse vrouwenclubs dus meer dan sportieve glorie: het is een van de weinige momenten dat er écht geld binnenkomt.

Op de transfermarkt gaat het vooralsnog bescheidener. De meeste spelers vertrekken nog steeds transfervrij, en als er al een bedrag over tafel gaat, is dat symbolisch. Dat er bij FC Twente onlangs voor het eerst een transfersom — hoe klein ook — aan een andere Nederlandse club werd betaald, werd door insiders gezien als een mijlpaal. "Vijf tot tien jaar geleden was dit ondenkbaar," zei technisch manager René Roord destijds. Het begin is er, de markt professionaliseert.

De interessantste ontwikkeling speelt zich misschien niet bij de grote BVO's af, maar bij HERA United — de eerste vrouwen-only profclub van Nederland. HERA bouwt bewust een businessmodel dat losstaat van een mannenafdeling: eigen sponsors, eigen identiteit, eigen publiek. Booking.com staat op de voorkant van het shirt, SportCity op de rug, Nike levert de kleding. De club nam de BVO-licentie van Telstar Vrouwen over en mikt op een jaarlijks budget van zo'n drie miljoen euro voor een competitieve nationale ploeg — met grotere Europese ambities op de langere termijn.

Wat HERA begrijpt, en wat steeds meer clubs inzien: vrouwenvoetbal trekt een publiek dat voor veel merken interessanter is dan het klassieke voetbalpubliek. Jonger, meer divers, meer gezinnen. Dat maakt sponsorruimte rond vrouwenvoetbal commercieel aantrekkelijk voor partijen die zich willen onderscheiden. ADO Den Haag erkende in haar jaarverslag over 2024/25 openlijk dat bezoekersaantallen en commerciële inkomsten bij de vrouwenafdeling achterbleven — en investeerde daarom in een nieuwe commerciële medewerker die zich volledig op de vrouwen richt. Dat is een signaal: clubs nemen de potentie serieus genoeg om er mensen op te zetten.

De vijftien grootste vrouwenvoetbalclubs in Europa boekten in seizoen 2023/24 voor het eerst gezamenlijk meer dan 100 miljoen euro winst — een stijging van 35% in één jaar. Nederland loopt daarin nog niet voorop, maar de infrastructuur groeit. De UEFA pompt miljarden in de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal, televisierechten worden verkocht, en transferbedragen stijgen langzaam maar gestaag.

Het gaat niet snel. Maar de richting is duidelijk.

Verder lezen